Veelgestelde vragen

Wat is de PPS?

De PPS (Palliative Performance Scale) beschrijft het functioneren van patiënten in de palliatieve fase.

De score loopt van 100% (volledig functioneren) tot 0% (overleden) en is gebaseerd op mobiliteit, activiteit, zelfzorg, inname en bewustzijn.

Wanneer gebruik je de PPS?
  • bij opname
  • bij verandering in functioneren
  • ter voorbereiding op visite of MDO/PSO
  • bij twijfel over achteruitgang
Wat zegt de PPS-score?

De PPS-score zegt iets over het functioneren op dat moment.

De trend over tijd is belangrijker dan één meting.

Is de PPS een prognose?

Nee. De PPS beschrijft functioneren, geen voorspelling.

De score kan wel helpen om achteruitgang te herkennen en bespreekbaar te maken.

Hoe wordt de score bepaald?

Je start met mobiliteit. Daarna volgen activiteit, zelfzorg, inname en bewustzijn.

De PPS is hiërarchisch: niet elke combinatie is mogelijk. De tool laat alleen passende opties zien.

Waarom is mobiliteit leidend?

Mobiliteit geeft de eerste richting van de score.

Daarna wordt de score verfijnd met de andere domeinen.

Waarom kan ik niet alles kiezen?

Omdat de PPS een vaste opbouw heeft.

De tool voorkomt onlogische combinaties en helpt zo bij een consistente score.

Moet je altijd meerdere dagen beoordelen?

Kijk bij voorkeur naar het functioneren in de recente periode en niet naar één momentopname.

Dit voorkomt dat tijdelijke situaties de score vertekenen.

Waarom de vorige PPS invullen?

Om de trend zichtbaar te maken.

Zo zie je of iemand stabiel blijft, verbetert of achteruitgaat.

Wat als iemand tussen twee keuzes zit?
  • kijk naar het totaalbeeld
  • kijk wat het meest passend en meest voorkomend is
  • laat mobiliteit, activiteit en zelfzorg zwaarder wegen dan inname en bewustzijn
Wat bedoelen we met activiteit en tekens van ziekte?

Het gaat om wat iemand nog doet én hoe ziek iemand oogt.

Denk aan minder initiatief, meer rustmomenten of een zieker uiterlijk.

Is wat we zien altijd echte achteruitgang?

Nee. Wat we zien kan ook gedrag zijn.

In het ziekenhuis passen patiënten zich vaak aan: ze liggen meer in bed of laten zorg overnemen, terwijl ze dit thuis nog zelf deden.

Vraag jezelf daarom altijd af: wat kan iemand nog?

Hoe ga je om met tijdelijke achteruitgang?

Bijvoorbeeld bij een infectie of na behandeling kan iemand tijdelijk minder functioneren.

Kijk of dit past bij het ziektebeeld of tijdelijk is, en baseer de score op het totaalbeeld.

Kan de PPS verbeteren?

Ja. Bijvoorbeeld na herstel van een acute situatie of betere symptoomcontrole.

Daarom is het volgen van de trend belangrijk.

Wat levert de PPS op in de praktijk?
  • objectiever signaleren
  • eenduidiger communiceren
  • trends zichtbaar maken
  • ondersteuning van klinisch redeneren